Bach, luitsuite

inhoud:
– Prelude
– Fuga
– Sarabande
– Gigue

 

Bach componeerde enkele werken voor luit, ook door gitaristen graag gespeeld worden.
De beperkte technische mogelijkheden van de luit dwongen Bach zijn idioom aan te passen. Misschien zijn deze werken, soms voor luit bijna onspeelbaar, gedacht om op het “Lautencembalo’ te spelen, een klavecimbel met darmsnaren.

Speciaal de suite BWV 997 was een uitdaging om op orgel te kunnen spelen, vooral omdat het begint met een preludium en fuga, zoals veel orgelwerken. Bovendien lijkt Bach met name in de Fuga zich te hebben moeten beperken tot tweestemmigheid, terwijl de meerstemmige suggesties duidelijk doorklinken. Het stimuleerde tot een onderzoek naar de mogelijkheden om alle stemmen te ontrafelen uit deze muziek vol schijnpolyfonie en onafgemaakte inzetten, en aan te vullen tot een op orgel speelbare fuga. Het is een uitdagend trio geworden, waarin soms noten toegevoegd moesten worden zodat alle stemmen een gelijke rol zouden krijgen.

De andere delen kregen vooral een harmonische invulling in de linkerhand en een meer uitgewerkte baslijn als pedaalpartij.
In de Prelude en de Gigue speelt de rechterhand solistisch op een ander klavier. De Sarabande kreeg net als de Gigue een ‘double’, waarin de versierde delen als herhaling van de twee delen worden gespeeld.

Een video met enkele fragmenten: