Mendelssohn: 2 preludes en fuga’s in e klein

Orgelbewerkingen van twee preludes en fuga’s voor piano van Mendelssohn in e klein:

1 Preludium opus 7, nr 6 en een Fuga zonder opusnummer
2 Preludium en Fuga opus 35, nr.1

De jonge Mendelssohn was een muzikaal wonderkind, op die leeftijd te vergelijken met Mozart.
Hij werd klassiek gevormd, met een grote belangstelling voor fuga’s als gevolg. Als kind speelde hij fuga’s van Bach voor aan Goethe, misschien zelfs op klavecimbel (op een tekening van de jonge Mendelssohn speelt hij op een toetsinstrument met een rechthoekige wang, duidelijk een klavecimbel). De fuga’s voor piano schreef hij in 1827. Later heeft hij die aangevuld met inleidende delen, aanvankelijk etudes genoemd, die meer pianistische technieken gebruiken dan de fuga’s en daarom minder geschikt om op orgel te spelen. Opvallend is dat de opusnummers van de Preludes en Fuga’s voor piano en orgel dicht bij elkaar liggen: opus 35 en 37. Over de orgelfuga’s was hij zelf minder tevreden. Voor organisten zijn de pianofuga’s inderdaad veel interessanter en een belangrijke aanvulling op het repertoire.

De eerste hier gepresenteerde fuga is een briljant werk met een uitdagend thema. Zonder veel moeite kon de pedaalpartij gedestilleerd worden uit het geheel. De symmetrische vorm met twee manualiter middendelen, biedt als vanzelf de mogelijkheid een tweede klavier te gebruiken. Als Preludium is een werk gekozen dat in hetzelfde jaar is ontstaan. Dit deel uit opus 7 lijkt sterk op een Sarabande van Bach, wat goed aansluit bij de klassiek opgezette fuga.

De tweede bewerking neemt het Preludium van Mendelssohn uit de editie van opus 35 over. Dit werk heeft een textuur die vergelijkbaar is met de laatste variatie over het Vater Unser uit de zesde orgelsonate. De duimen spelen in afwisseling de melodie, die de andere vingers met gebroken akkoorden aanvullen.
De fuga is van het later bekende crescendo-accelerando model. Mendelssohn geeft tamelijk precies aan wanneer het tempo en de dynamiek moeten toenemen. De climax mondt uit in een zelfgevonden koraal, waarna het werk uiteindelijk zacht en in majeur eindigt.

Voor meer informatie over deze werken, zie de editie:

Two Preludes and Fugues in e minor