De aanleiding.
Eén van de bijzondere plekken waar ik heb gewerkt is de Maartenskerk in Zaltbommel. In de tijd dat ik daar organist was probeerde ik allerlei muziek uit op het orgel van Wolferts en Heinemann. Een prachtig instrument in een ruimte met een grote nagalm en heel specifiek in het gebruik: ronde en milde grondstemmen, kleine en lage mixturen, daarentegen vurige tongwerken en cornetten, een klassieke aanleg van de registers en zeker met gekoppelde klavieren lastig te bespelen. Voor polyfonie te onduidelijk, voor latere muziek niet makkelijk om te registreren en dynamische overgangen te maken. Na een opbouw vanuit een prachtig zingende grondstemmenklank is er na een mezzoforte alleen een plotselinge overgang te maken naar een forte, wat bij snel spel in die ruimte bovendien onduidelijk klinkt. Grotere Romantische werken die vloeiende dynamische overgangen vragen komen wat onbeholpen over, je wenst die muziek een ander orgel toe en dit orgel andere muziek.
Op een dergelijk laat 18e eeuws orgel, met de neiging naar gevoelige klanken tegenover juist brutale tongwerken, is er niet eenvoudig repertoire te vinden wat goed klinkt. Met enig zoeken kan bij enkele componisten wel een stuk gevonden dat verrassend genoeg wèl zijn uitwerking heeft, maar een algemene richtlijn is eigenlijk niet te geven.
Dan lijkt de muziek van Mendelssohn, die ook op oudere orgels speelde, een voor de hand liggende keus. Inderdaad, dat gaat voor veel werken van die componist zeker op, maar in vergelijking met zijn briljante piano- en orkestmuziek zijn de orgelwerken toch minder interessant. Als dat het enige repertoire zou zijn dat samenvalt met de mogelijkheden van het orgel, is de oogst wel mager.
Dat was de aanleiding om verder te zoeken, buiten de orgelmuziek, om daar bewerkingen van te maken die wel speelbaar zouden zijn in Zaltbommel. Zo kwamen de Variations Sérieuses van Mendelssohn op de lessenaar, een werk wat ik vroeger op piano had gespeeld. Het begin is zonder al te veel aanpassing op orgel te spelen, maar verderop zijn er variaties die aanvankelijk niet geschikt leken voor orgel. Na vele pogingen en vergelijkingen met de orgelwerken van Mendelssohn en tijdgenoten, ontstonden er toch geschikte texturen, speelbaar in Zaltbommel, en klinkend als orgelmuziek zonder het werk van Mendelssohn wezenlijk te veranderen, eerder aan te passen op een manier die hij ook bedacht zou kunnen hebben.
De uitgaven
Toen deze werkwijze ook toepasbaar bleek op andere werken van Mendelssohn, verscheen daarvan een cd die overal positief ontvangen werd. Niet lang daarna verscheen de eerste uitgave van de Variations Sérieuses. Enkele stukken uit de Preludes en Fuga’s voor piano bleken ook geschikt om op orgel te spelen. Het preludium en Fuga in e klein (opus 35 no.1) vraagt er eigenlijk om: het Preludium heeft een textuur die vergelijkbaar is met de laatste variatie op het ‘Vater Unser’ uit de zesde Sonate, de fuga culmineert in een koraal, wat op orgel veel indrukwekkender overkomt dan op piano.
Tijdens mijn periode in Zaltbommel ontstond in het kader van een jubileumjaar de bewerking van de Hollandse Rhapsodie van Peter van Anrooy, afkomstig uit Zaltbommel en een bekende dirigent in zijn tijd. Ook de Sonate van Schubert in a klein bleek een interessante aanvulling op het repertoire, met name voor kleinere 19e eeuwse orgels, waarvoor soms moeilijk grotere werken te vinden zijn. Ik herinner me hoe dit werk ideaal samenviel met de registraties van het beperkte twee-klaviers Mooser-orgel bij een concert in de kloosterkerk van Montorge bij Fribourg (Zwitserland), getuige de reacties ook naar de zin van de toehoorders.
Later, vooral naar aanleiding van de zoektocht naar muziek die het orgel een veelzijdiger repertoire kon bieden, ontstonden bewerkingen als de Passacaglia van Brahms (het laatste deel uit diens vierde symfonie, getransponeerd naar c klein, als tegenhanger van de Passacaglia van Bach), muziek van Poulenc, Satie en Milhaud (te horen op een cd van het Orgelpark, helaas is de muziek vanwege de auteursrechten niet uitgegeven), maar ook bewerkingen van sinfonia’s uit cantates van Bach samengesteld tot orgelconcerten met strijkers, in navolging van Bach’s eigen bewerkingen tot klavecimbelconcerten, die we als ensemble Concerto Strumentale op verschillende festivals hebben uitgevoerd.
Voor het orgelduo 422play maakte ik verschillende bewerkingen van orkestwerken waarvoor meer handen en voeten nodig zijn om alle lagen van de muziek te laten horen. De weerslag daarvan is vooral te horen op de cd uit Brussel (zie het item 422play op home) en in de uitgave van Cumuli en de vroege tiende symfonie voor strijkers van Mendelssohn, naast andere composities die nog in druk zullen verschijnen.
Nog steeds ontstaan er nieuwe bewerkingen waarmee het orgelrepertoire verbreed wordt. Bij Boeijengamusic verschijnt een reeks met muziek van William Byrd, ingericht voor uitvoering op orgel met twee klavieren en pedaal. En voor mijn concerten maak ik regelmatig een bewerking om een programma aan te vullen. Via deze site zal ik daarvan zo nu en dan enkele pdf’s ter download aanbieden.